LOOD in het drinkwater, kan het nog?

Door Danielle Godderis-T'Jonck op 27 februari 2018, over deze onderwerpen: Welzijn

schriftelijke vraag nr. 290

van Danielle Godderis-T'Jonck
datum: 26 januari 2018

aan Jo Vandeurzen

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Actieplan ‘Loodpreventie in drinkwater’  -  Uitvoering

In een basisschool in Beerse werd recentelijk een verhoogd loodgehalte in het drinkwater vastgesteld. De norm voor lood in water ligt op 10 microgram per liter. In de school in Beerse werd bij twee verschillende metingen 100 microgram per liter en 80 microgram per liter gemeten.
De toxische effecten van lood zijn goed bekend en worden als volgt beschreven: neurotoxiciteit (in het bijzonder bij jonge kinderen), cardiovasculaire effecten, verminderde nierfunctie, verminderde vruchtbaarheid. Het waterleidingnet zelf wordt in bovenvermeld geval niet in vraag gesteld, de vervuiling zou immers pas optreden ter hoogte van de binnenleiding.

Vlaanderen heeft een actieplan uitgegeven ‘Loodpreventie in drinkwater - vervolg 2015-2019’, waaraan de Vlaamse Milieumaatschappij en het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) werkten. Daarin werden 10 acties geformuleerd, waaronder actie 7 gericht op werking t.a.v. scholen en kinderopvang. Actie 7a voorziet meer bepaald in sensibilisatie via de brochure/richtlijn ‘Veilig omgaan met kraantjeswater’. Actie 7b voorziet in de inventarisatie van knelpunten lood in binneninstallaties bij de kinderopvang en basisscholen. Actie 1 stelde in 2017 het vervangen van 2000 loden aftakkingen door de drinkwatermaatschappijen Water-Link en Farys voorop. In antwoord op een schriftelijke vraag van collega De Vroe aan minister Schauvliege (nr. 524 van 30 maart 2017) stelde men echter een ambitieuzer aantal voor, namelijk 3172.

VRAGEN

Wat is de stand van zaken m.b.t. de sensibilisatieactie 7a? Wat is de feedback die schooldirecties en schoolbesturen hierop geven? Overlegt de minister hierover met minister Crevits?

Wat is de stand van zaken m.b.t de inventarisatieactie 7b? Klopt het dat de verhoogde loodgehaltes in de school in Beerse veeleer toevallig aan het licht kwamen, zoals de pers meldt? Worden er gerichte inspecties gehouden?

Een gebruiksbeperking werd ingevoerd ter bescherming van de gezondheid. Wordt nagegaan of deze actie inderdaad wordt uitgevoerd? Wanneer? Op welke manier?
Wanneer kan men verwachten dat de watermaatschappij haar advies tot acties overmaakt aan de gebouwbeheerder? Worden andere diensten of inspectiediensten dan het AZG en de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) betrokken bij de verdere opvolging van het dossier?
Werd de doelstelling voor het aantal te vervangen loden aftakkingen in 2017 gehaald door beide maatschappijen?

 

ANTWOORD van de minister

Actie 7a – Sensibiliseren via brochure/richtlijnen ‘Veilig omgaan met kraantjeswater’ voor scholen en voor kinderopvang is lopende.

De eerste versie (2013) van de brochure ‘Veilig kraantjeswater op school – richtlijnen voor schooldirecties en schoolbesturen’ kreeg in 2016 een update. De brochure is vrij beschikbaar via de websites van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en het Agentschap Zorg en Gezondheid. Bij informatievragen wordt verwezen naar deze brochure. De brochure werd vanuit VMM naar alle scholen gemaild, en via advertenties kenbaar gemaakt aan de scholen. In 2015 organiseerde VMM tevens een wedstrijd voor scholen om het thema ‘Gezond water op school’ onder de aandacht te brengen. Het Departement Onderwijs en Vorming werd betrokken bij de opmaak en de update van de brochure. Een verwijzing naar de brochure is ook opgenomen in het actieplan “Hoog tijd voor ‘geZONtijd’”van minister Crevits.

Voor wat betreft kinderopvang is geopteerd om richtlijnen op te nemen in de leidraad ‘Omgevingsfactoren voor de kinderopvang’ die beschikbaar is op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Daarnaast werden, in samenspraak met Kind en Gezin, de belangrijkste aandachtspunten in verband met kraantjeswater ook opgenomen in de actielijst gezond binnenmilieu, die ter beschikking wordt gesteld ter ondersteuning van de uit te voeren risicoanalyse door organisatoren van kinderopvang.

De inventarisatieactie 7b is als aanvullende actie in het actieplan ‘loodpreventie in drinkwater’ opgenomen en is nog niet gerealiseerd. Er werd geopteerd om eerst in te zetten op de acties bij vaststellingen van verhoogde loodwaarden in publieke gebouwen (cf. acties 3 en 4).

De drinkwaterbedrijven moeten in het kader van hun controleprogramma om de 3 jaar een waterstaal nemen in alle scholen en kinderopvanginitiatieven. Sinds 2014 moet ook de loodconcentratie in het drinkwater bij elke controle bepaald worden. Ingeval van vaststellingen van verhoogde loodwaarden zijn er concrete afspraken met de sector voor verdere ondersteuning en advisering van de gebouwbeheerders. In dit verband zijn zowel actie 3 als actie 4 (vanaf 2016) van het loodactieplan ondertussen geïmplementeerd. Omdat de loodconcentraties in water kunnen fluctueren, o.a. afhankelijk van de contacttijd van het water met de binnenleidingen, is geopteerd om al in acties te voorzien bij loodwaarden boven een signaalwaarde van 5 µg/l en niet enkel bij overschrijdingen van de norm van 10 µg/l. Bij aanwezigheid van loden leidingen, zoals in de school in Beerse, wordt aangenomen dat de loodconcentraties in het water dat erdoor stroomt, meestal verhoogd zijn. Het is dus niet toevallig dat de verhoogde loodgehaltes in de school in Beerse aan het licht kwamen.

Bij vaststelling van verhoogde loodconcentraties in basisscholen en kinderopvang voert de betrokken drinkwatermaatschappij een visuele controle van de binneninstallatie uit om na te gaan of er loden leidingen zichtbaar zijn. Op basis van de vaststellingen ontvangt de gebouwbeheerder een advies.

Naar aanleiding van de vaststelling en in het kader van de wettelijke verplichtingen van de drinkwatermaatschappij adviseerde Pidpa aan de betrokken school in Beerse om, in afwachting van het nemen van herstelmaatregelen, het kraantjeswater niet verder te gebruiken als drinkwater. De betrokken school heeft vervolgens het personeel en de ouders hiervan op de hoogte gebracht.

Naast het advies vanuit de drinkwatermaatschappij, ontvangt de school ook nog een schrijven vanuit de toezichthouders drinkwater. In de brief wordt een advies over de te nemen (herstel)maatregelen opgenomen, alsook een formulier ‘verklaring (herstel)maatregelen’. Aan de verantwoordelijke wordt gevraagd om via ondertekening van dit formulier te verklaren dat kennis genomen werd van het advies en dat de geadviseerde (herstel)maatregelen worden toegepast. Het formulier moet terugbezorgd worden aan de VMM. Een verdere controle op het naleven van de gebruiksbeperking vanuit VMM en AZG gebeurt momenteel niet.

Al sinds het eerste loodactieplan is er samenwerking en afstemming met het Departement Onderwijs. De problematiek van lood werd toegelicht op de begeleidingscommissie van het Convenant Welzijn-Onderwijs. Dit is een overlegplatform waar de verschillende koepels van onderwijs een vertegenwoordiging hebben en die regelmatig samenkomen. Ook werden concrete afspraken gemaakt. Zo worden de brieven en de adviezen die AGZ en de VMM opmaken en doorsturen naar de scholen ook overgemaakt aan de contactpersoon bij het Departement onderwijs die zorgt voor verdere doorstroming naar de vertegenwoordiger van de koepelorganisatie die op hun beurt de school in kwestie kunnen ondersteunen. Er is momenteel geen indicatie dat deze afspraken ontoereikend zijn.

Voor de opvolging van normoverschrijdingen gelden de bepalingen uit artikel 13 en 14 van het Drinkwaterbesluit (BVR 13 december 2002). De drinkwaterbedrijven hebben de verplichting om de oorzaak van de overschrijding zo snel mogelijk te onderzoeken en advies te geven over de te nemen herstelmaatregelen. Er moet in dit verband rekening gehouden worden met het feit dat de meeste parameters, zoals ook lood, niet rechtstreeks gemeten kunnen worden in het water en dat er dus een analyse op het waterstaal nodig is in het laboratorium. Als er een normoverschrijding wordt vastgesteld, onderzoekt de waterleverancier de oorzaak ervan. In de praktijk gebeurt dit door een herbemonstering via een tweestalenprocedure (hername aan het tappunt en staalname aan de waterteller) conform de ‘Richtsnoeren voor opvolging normoverschrijdingen: herbemonstering en herstelmaatregelen’ van VMM en AZG. Het resultaat van de herbemonstering is bepalend voor enerzijds de noodzaak tot het nemen van herstelmaatregelen en anderzijds om aan te duiden wie verantwoordelijk is om deze herstelmaatregelen te nemen.

De normoverschrijdingen in publieke gebouwen worden gemeld aan de toezichthouders drinkwater, zijnde VMM en AZG, volgens de afspraken opgenomen in de ‘Richtsnoeren voor de informatieoverdracht en voor de crisiscommunicatie in geval van een potentieel ernstige bedreiging voor de volksgezondheid’. Het zijn deze toezichthouders die het dossier in eerste instantie opvolgen.

De VMM volgt het vervangingsprogramma op. De meeste loden aftakkingen zijn ondertussen vervangen. De cijfers van de vervangingen die gebeurd zijn in 2017 worden  gerapporteerd aan VMM voor 1 april 2018. De laatst gerapporteerde cijfers zijn hieronder opgenomen.

In 2016 werden door de drinkwatermaatschappijen 2.948 loden aftakkingen vervangen. In totaal moesten er nog 6.549 gekende loden aftakkingen vervangen worden. 3.172 loden aftakkingen waren voorzien om in 2017 vervangen te worden. 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is