Conceptnota Diabetes type II

Door Danielle Godderis-T'Jonck op 20 november 2018

1. Toelichting

1.1. Wat is diabetes?
Diabetes of suikerziekte is een chronische aandoening waarbij er sprake is van een
verhoogd glucosegehalte (of suikergehalte) in het bloed. Het verhoogde glucosegehalte
wordt veroorzaakt door een tekort aan het hormoon insuline, dat wordt
geproduceerd door cellen in de pancreas, of door een gebrekkige werking van de
pancreas (insulineresistentie). Dat zorgt ervoor dat de cellen onvoldoende glucose
opnemen, waardoor de glucose zich ophoopt in het bloed.
Een langdurig hoog glucosegehalte (hoge glycemie, of nog hyperglycemie) in het
bloed is erg schadelijk voor de gezondheid. Het kan onder meer leiden tot een
beschadiging van de hart- en bloedvaten, de nieren, de ogen en het zenuwstelsel.
Diabetes is in veel westerse landen de voornaamste oorzaak van cardiovasculaire
aandoeningen, blindheid, nierfalen en amputaties.
1.2. Voornaamste vormen van diabetes.
De voornaamste vormen van diabetes zijn diabetes type 1 en 2 en zwangerschapsdiabetes:
– bij diabetes type 1 is de insulineproductie zeer laag en is onmiddellijk intensieve
insulinebehandeling vereist door multipele injecties of via een continu subcutaan
infuus met een insulinepomp.
10 tot 15 procent van de diabetespatiënten lijdt aan deze vorm van diabetes;
– bij diabetes type 2 is er een combinatie van verminderde insulinevrijstelling door
de pancreas met een toegenomen insulineresistentie. Dit is verreweg de meest
voorkomende vorm van diabetes. De behandeling moet stapsgewijs opgedreven
worden, afhankelijk van de evolutie van de ziekte. Als eerste stap bij vroegtijdige
diagnose is het meestal voldoende om de leefstijl aan te passen: aanpassing
van de voedingsgewoonten, gewichtsverlies, regelmatige lichaamsbeweging en
stoppen met roken. Gewichtsdaling, zelfs als die beperkt is tot 5 à 10 procent,
en lichaamsbeweging verbeteren de glycemiecontrole. Ook gedurende het verdere
verloop van de ziekte blijft aanpassing van de leefstijl belangrijk.
Diabetes type 2 kan vaak worden voorkomen door een gezondere leefstijl;
– zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes die voorkomt bij
ongeveer 5 tot 20 procent van de zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap
worden de lichaamscellen onder invloed van hormonale factoren tijdelijk
minder gevoelig voor insuline. Normaal gezien wordt dat gecompenseerd
door extra insulineaanmaak, maar bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat onvoldoende.
Na de zwangerschap verdwijnt deze vorm van diabetes gewoonlijk
weer. Niettemin is zwangerschapsdiabetes gelinkt aan een verhoogd risico op
het ontwikkelen van blijvende diabetes. Zowat de helft van de vrouwen die aan
zwangerschapsdiabetes lijden, ontwikkelen in de jaren na de bevalling blijvende
diabetes type 2.
1.3. Zorgwekkende cijfers
De Diabetes Atlas van de International Diabetes Federation (IDF) brengt wereldwijde
statistieken over diabetes in kaart. De laatste editie van de atlas verscheen
in 2017. Volgens de atlas zouden in 2017 wereldwijd 425 miljoen mensen aan diabetes
lijden. Dat komt overeen met één op de elf volwassenen, of 9 procent van de
volwassen bevolking. Het aantal volwassenen met diabetes ligt in Europa ongeveer
even hoog. Volgens de IDF zouden in België in 2017 ongeveer 500.800 volwassen
personen (tussen 20 en 79 jaar) aan diabetes lijden, wat overeenkomt met
6,1 procent van de volwassen bevolking. Ten gevolge van onder meer de vergrijzing
zal tegen 2045 het aantal diabetespatiënten in België met 15 procent toegenomen
zijn.

Andere cijfers lijken een dergelijke trend te bevestigen. Uit cijfers van de gezondheidsenquête
blijkt dat het aantal gediagnosticeerde diabetici tussen 2006 en 2013 met 25 procent is toegenomen. Uit de cijfers blijken ook sterke regionale
verschillen. Terwijl in Vlaanderen 53,93 per 1000 inwoners aan diabetes lijden, telt
Wallonië 72,64 diabetespatiënten per 1000 inwoners. Ook voor zwangerschapsdiabetes
weerspiegelen de specifieke cijfers die stijgende trend en bevestigen ze
de sterke regionale verschillen: tussen 2010 en 2014 is het aantal vrouwen met
zwangerschapsdiabetes gestegen van 4 naar bijna 6 procent. Het percentage
vrouwen dat gediagnosticeerd wordt met zwangerschapsdiabetes, bedraagt in Wallonië
7,5 procent, ten opzichte van 3,7 procent in Vlaanderen.
Het duurt vaak lang voor diabetes type 2 gediagnosticeerd wordt. Volgens de IDF
zou 35,8 procent van de personen met diabetes in België daar nog niet van op de
hoogte zijn. Ook zouden jaarlijks 2800 personen in België sterven ten gevolge van
diabetes.
De schadelijke gevolgen van diabetes drukken een sterke stempel op de publieke
gezondheidszorguitgaven. In 2017 zou diabetes verantwoordelijk zijn geweest
voor 12 procent van de wereldwijde gezondheidszorguitgaven. De IDF schat de
gezondheidszorguitgaven die gelinkt kunnen worden aan diabetes in België op
3,0805 miljard Amerikaanse dollar in 2017, wat overeenkomt met ongeveer
2,6311 miljard euro. Bij ongewijzigd beleid zou dat bedrag stijgen tot 2.7298 miljard
euro in 2045.
Het aantal diabetespatiënten zal de komende jaren dus stijgen, net als de uitgaven
voor diabetes op onze gezondheidszorg. Het Vlaamse beleid moet daarop anticiperen
door een sterk preventiebeleid, dat naast primaire preventie (het voorkomen
van diabetes), inzet op een vroegtijdige detectie van diabetes en een geïntegreerde
aanpak van verhoogd diabetesrisico.


2. Doel van deze conceptnota

Met deze conceptnota vragen de indieners aan de Vlaamse Regering werk te maken
van een geïntegreerde strategie voor diabetespreventie en vroegdetectie van
diabetes. Deze conceptnota is voornamelijk gericht op diabetes type 2, aangezien
die vorm van diabetes frequent voorkomt en het bovendien vaak lang duurt voor ze
gediagnosticeerd wordt. Daardoor brengt deze vorm van diabetes vaak gedurende
lange tijd ongemerkt zware schade toe aan de gezondheid van de patiënt.
Er lopen overigens twee parallelle parlementaire initiatieven die het bestaande
beleid voor diabetes aankaarten: één op Vlaams en één op federaal niveau. Het
parlementaire initiatief op federaal niveau zet onder meer in op goede afstemming
met het beleid dat in Vlaanderen wordt gevoerd. In het voorliggende parlementaire
initiatief formuleren de indieners op Vlaams niveau concrete voorstellen voor
nieuwe regelgeving.


3. Het huidige beleid

3.1. Behoefte aan een beter geïntegreerd beleid
In december 2016 hebben op het Global Diabetes Policy Forum in Berlijn diabetesexperts
uit 38 landen de Verklaring van Berlijn ondertekend. In die verklaring werden
verschillende beleidsaanbevelingen opgenomen die moeten zorgen voor een
vroegtijdige opsporing en behandeling van diabetes type 2.
In navolging van de Verklaring van Berlijn werd in oktober 2017 een parlementaire
rondetafelconferentie georganiseerd in de Kamer van volksvertegenwoordigers.
15 Verschillende diabetesexperts en volksvertegenwoordigers debatteerden
tijdens die rondetafelconferentie over de manier waarop de aanbevelingen van de
Verklaring van Berlijn vertaald kunnen worden naar specifieke beleidsinitiatieven
en beleidsaanpassingen in België.
De diabetesexperts kwamen tot een aantal gezamenlijke vaststellingen en aanbevelingen
voor het Belgische beleid met betrekking tot diabetes. Zo waren veel experts
het erover eens dat er werk moet worden gemaakt van een brede screening
en preventie op deelstaatniveau, een verbeterde en geïntegreerde dataverzameling
rond diabetes, en een degelijke diabeteseducatie in de vroege stadia van diabetes
om een verslechtering van de gezondheidstoestand te voorkomen.
Het gezondheidsbeleid in België is te weinig homogeen, wat een geïntegreerde
aanpak van diabetes bemoeilijkt. Zo behoort het preventieve gezondheidsbeleid,
waaronder screening, tot de bevoegdheid van de gemeenschappen. Het curatieve
beleid, zoals de voortrajecten en zorgtrajecten voor mensen bij wie diabetes is
vastgesteld, is dan weer een federale bevoegdheid. Dat gebrek aan homogeniteit
is overduidelijk bij zwangerschapsdiabetes: tijdens de zwangerschap is het beleid
federaal, maar het project Zoet Zwanger, dat de follow-up na de zwangerschap
regelt, valt onder preventie en behoort dan weer tot de Vlaamse bevoegdheid.
Net daarom is het van belang om parlementaire initiatieven te nemen op zowel
Vlaams als federaal niveau, en via regelgeving een betere afstemming van de federale
initiatieven met het Vlaamse beleid te bewerkstelligen. De Vlaamse overheid
moet er immers over waken dat het federale diabetesbeleid ‒ in het bijzonder de
voortrajecten en zorgtrajecten voor diabetespatiënten ‒ complementair aansluit bij
de initiatieven die ze zelf neemt rond preventie en screening. Het gaat bijvoorbeeld
om initiatieven zoals HALT2Diabetes en Zoet Zwanger, of de leefstijladviezen van
Bewegen op Verwijzing (BOV), die de Vlaamse overheid ter beschikking stelt van
een bredere bevolkingsgroep met een verhoogd gezondheidsrisico.

3.2. Screening in Vlaanderen: HALT2Diabetes
Zoals blijkt uit de eerder aangehaalde cijfers van de IDF zou in België 35,8 procent
van de personen die aan diabetes lijden, daar niet van op de hoogte zijn.
Onbehandelde diabetes brengt vaak grote schade toe aan de organen en weefsels
van de diabetespatiënt. Daarom is het van groot belang dat er wordt ingezet op
een tijdige screening van personen met een verhoogd risico op diabetes type 2.
Voor de preventie van diabetes type 2 zijn er doorgaans twee mogelijke strategieën:
– de ‘screen and treat’-optie, waarbij een populatie met een hoog risico voor
diabetes gescreend wordt en vroegtijdig een individuele behandeling krijgt.
Die optie wordt aanbevolen in de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd
Koninkrijk;
– de aanpak op bevolkingsniveau, die probeert om op een adequate manier iedereen
te bereiken en die zich richt op omgevingsfactoren (socio-cultureel, socioeconomisch
enzovoort).
Bij de screening kan gekozen worden voor een tweestappenaanpak, zoals in het
proefproject HALT2Diabetes. Dat project, dat tot doel heeft via een geïntegreerde
strategie aan diabetespreventie te doen in Vlaanderen, omvat:
– algemene sensibilisatie;
– invoering van een tweestappenmodel voor screening in de eerste lijn, met de huisarts als spilfiguur;
– expertiseopbouw bij zorgverleners;
– inzetten op een multidisciplinair leefstijlaanbod.
De tweestappenscreening bestaat uit een eerste inschatting van het risico op basis
van een gevalideerde test, de FINDRISC-risicotest (FINDRISC: Finnish Diabetes
Risk Score). Het gaat om een internationaal gevalideerde vragenlijst waarmee het
risico dat iemand heeft om diabetes te ontwikkelen, in kaart kan worden gebracht
aan de hand van de volgende criteria: leeftijd, body mass index, buikomtrek, gebruik
van antihypertensiva, dagelijkse fysieke activiteit, consumptie van groenten
en fruit, tijdelijk gestoord glucosemetabolisme en familiaal voorkomen van diabetes.
De risicotest kan in de huisartsenpraktijk of breder in de (zorg)gemeenschap
worden afgenomen, bijvoorbeeld bij apothekers. Bij een verhoogd risico kan de
huisarts in een tweede stap verdere onderzoeken uitvoeren, bijvoorbeeld de nuchtere
glycemie meten of een orale glucosetolerantietest afnemen. Op basis van de
resultaten daarvan kan het risicoprofiel worden bijgesteld en kunnen de patiënten
worden doorverwezen voor leefstijladvies. Dat leefstijladvies moet hun een gezondere
leefstijl bijbrengen, zodat het risico op diabetes vermindert.
Academisch onderzoek toonde alvast aan dat zo’n vroege screening, gevolgd door
leefstijladvies, ook effectief kan werken. Enkele longitudinale studies rapporteren
over een verlaging van het risico op diabetes na een vroegtijdige screening en
leefstijladvies. Die verlaging van het risico op diabetes varieert van 36 procent tot 43 procent.
De studies geven aan dat het verlaagde risico zich ook op langere termijn blijft doorzetten.

Domus Medica en de Diabetes Liga zorgen voor uitgewerkte ondersteuningspakketten
voor huisartsen. Sensibilisatie gebeurt door laagdrempelige zorgactoren
in de eerste lijn, bijvoorbeeld apothekers, maar ook door lokale besturen of zelfs
bedrijven. Er is specifieke aandacht voor kwetsbare risicogroepen zoals ouderen.
Het proefproject HALT2Diabetes kwam tot stand door een samenwerking van de
Diabetes Liga met de Vlaamse overheid. De resultaten van het proefproject waren
positief.21 In 2018 is gestart met de bredere invoering van die methodiek.

3.3. Specifiek preventiebeleid in Vlaanderen: Zoet Zwanger
Een specifiek preventief beleid wordt gevoerd met het project Zoet Zwanger. De
doelgroep bestaat uit vrouwen die aan zwangerschapsdiabetes hebben geleden en
daardoor een verhoogd risico op blijvende diabetes hebben.
De doelstelling van Zoet Zwanger bestaat erin de follow-up na de zwangerschap
te stimuleren. Het project promoot leefstijlaanpassingen die diabetes helpen voorkomen
en raadt een jaarlijkse screening bij de huisarts aan om diabetes vroegtijdig
op te sporen. Alle betrokken professionele actoren (artsen en paramedici) en
vrouwen met zwangerschapsdiabetes worden geïnformeerd over de noodzakelijke
actiepunten die ze na de bevalling moeten opnemen, en worden gemotiveerd om
die actiepunten ook uit te voeren. Er is ook een sensibiliseringscampagne gevoerd,
met een website, infobrochure en affiches. Er is een registratiesysteem
opgezet voor vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad: die vrouwen
worden jaarlijks uitgenodigd om bij hun huisarts langs te gaan voor een nuchtere
bloedglucosebepaling zodat mogelijke gestoorde glycemiewaarden vroegtijdig
kunnen worden opgespoord. De vrouwen krijgen een opvolgingsfiche mee en leefstijltips.
Het project past in de meerjarige beheersovereenkomst van de Vlaamse Diabetesliga.

3.4. Vlaams preventiebeleid op bevolkingsniveau: Bewegen op Verwijzing
Vlaanderen maakt werk van een preventief beleid, waarin professioneel leefstijladvies
een essentiële rol speelt.
Het project Bewegen op Verwijzing helpt mensen die een gezondheidsrisico lopen
door onvoldoende lichaamsbeweging of sedentair gedrag, om actiever en gezonder
te leven. De huisarts schat het gezondheidsrisico in en verwijst door naar een
professionele BOV-coach, die een beweegplan op maat opmaakt. Dat beweegplan
moet afgestemd zijn op de persoonlijke interesses en mogelijkheden van de doorverwezen
personen, en moet eenvoudig in te passen zijn in hun dagelijkse leven.
BOV richt zich niet alleen tot mensen die minder dan 30 minuten per dag bewegen
of dagelijks urenlang ononderbroken zitten, maar ook tot mensen met verschillende
gezondheidsrisico’s, zoals overgewicht, hart- en vaatziekten, stress enzovoort.
Ook personen met diabetes kunnen bewegen op verwijzing, om de gezondheidsschade
zo goed mogelijk te beperken.

3.5. Federaal beleid
Op federaal niveau bestaan er drie zorgtrajecten voor personen met gediagnosticeerde
diabetes, afhankelijk van de ernst van hun aandoening:
– het voortraject diabetes type 2 is bestemd voor alle personen met diabetes
type 2 die niet in een zorgtraject of diabetesconventie zijn opgenomen. Het
voortraject omvat een diagnose, de follow-up van enkele relevante indicatoren
zoals leefstijl en lipidenbalans, en het vastleggen van enkele doelstellingen. Het
voortraject wordt samen met de patiënten uitgewerkt en heeft tot doel hun gezondheidstoestand
te verbeteren. Consulten bij de podoloog en de diëtist kunnen
terugbetaald worden. De educatie wordt geacht te worden verstrekt door de
huisarts. Voor een subdoelgroep wordt vanaf 1 mei 2018 educatieverstrekking
door kinesisten, apothekers, diëtisten en verpleegkundigen terugbetaald28;
– het zorgtraject diabetes type 2 is alleen toegankelijk voor diabetespatiënten die
een insulinebehandeling volgen of bij wie een insulinebehandeling te overwegen
valt omdat de orale behandeling niet voldoende blijkt. De patiënten raadplegen
minstens twee keer per jaar hun huisarts en gaan één keer per jaar langs bij
een specialist. Een zorgplan wordt opgemaakt voor de verdere follow-up van de
diabetes. Diabeteseducatie, een glucometer en aanverwant materiaal, en consulten
bij de diëtist kunnen terugbetaald worden;
– de diabetesconventie is bestemd voor diabetespatiënten (type 1, type 2 of
zwangerschapsdiabetes) die een intensieve behandeling moeten volgen in een
gespecialiseerd centrum. De patiënten moeten minstens één keer per jaar een
endocrinoloog raadplegen, en moeten twee keer per jaar langsgaan bij een
diabetesverpleegkundige of een diëtist. Ze moeten ook jaarlijks enkele specifieke
tests ondergaan. Daarnaast hebben ze recht op gratis materiaal en consulten
bij de podoloog.
Wetenschappelijk onderzoek bevestigt de effectiviteit van een degelijk leefstijladvies
op het terugdringen van diabetes. De positieve effecten van leefstijladvies
voor een zo breed mogelijke groep van personen bij wie een verhoogd risico op
diabetes of prediabetes is vastgesteld, mogen niet onderschat worden.
De ondersteunende rol die Vlaamse partnerorganisaties zoals het Vlaams Instituut
voor een Gezond Leven of Eetexpert kunnen spelen, is duidelijk. Positieve effecten
zijn merkbaar, weliswaar in de gezondheidszorguitgaven op federaal niveau. De
vraag die daarbij rijst, is hoe middelen voor professioneel leefstijladvies zo billijk
mogelijk kunnen worden ingezet op de bevoegde beleidsniveaus.
In afwachting van een grondige en degelijke staatshervorming, waarbij gezondheidszorg
idealiter op één homogeen beleidsniveau georganiseerd zou worden,
met name op deelstaatniveau, blijft de uitdaging te onderzoeken hoe en met welke
middelen een beleid ontwikkeld kan worden om personen met verhoogd risico op
diabetes naar gepaste preventie te leiden en het aantal patiënten met diabetes
zo veel mogelijk te reduceren. Grondige professionele leefstijleducatie in de voorstadia
en vroege stadia van diabetes zal onontbeerlijk zijn om de toekomstige kosten
in de gezondheidszorg ten gevolge van diabetes binnen de perken te houden.

4. Dataverzameling
Zoals eerder is aangehaald, zal de prevalentie van diabetes in België de volgende
decennia verder toenemen. Een preventieve aanpak, die patiënten met een verhoogd
risico op diabetes snel en effectief begeleidt onmiddellijk na risicodetectie,
kan latere gezondheidsschade maximaal beperken. Een dergelijk preventief beleid
kan echter alleen worden beoordeeld op zijn meerwaarde als de overheidsdiensten
een aantal essentiële data consequent bijhouden en volgen.
Uit de parlementaire rondetafelconferentie die in oktober 2017 werd georganiseerd
in de Kamer van volksvertegenwoordigers, kwam de behoefte aan een verbeterde
en geïntegreerde dataverzameling rond diabetes uitdrukkelijk naar voren. De volgende
gegevens kunnen het best verzameld en geanalyseerd worden:
– het aantal personen met een verhoogd risico op diabetes en het aantal diabetespatiënten;
– de specifieke behandeling en begeleiding van die (pre)diabetespatiënten, inclusief
de vormen van leefstijladvies;
– de mate aan zelfmanagement van de patiënten, met het oog op de uitwerking
van patiëntgestuurde zorg;
– de vooruitgang die geboekt wordt in de verschillende zorgsystemen, onder andere
via monitoring van de frequentie van het optreden van diabetes, en diabetesgerelateerde
complicaties en overlijdens.
Door die collectieve data consequent te monitoren kan het beleid rond diabetes
tijdig worden bijgestuurd op basis van nieuwe ontwikkelingen en veranderende
behoeften.
De registratiegegevens uit Zoet Zwanger worden ingevoerd in een beveiligde databank,
maar de gegevens stromen nog niet door naar Vitalink. Bovendien is de opvolgingsfiche
voor de patiënt momenteel niet geïntegreerd in het voor de patiënt beschikbaar digitaal dossier, dat bijvoorbeeld ook medicatieschema’s, bevolkingsonderzoeken
en vaccinaties kan bevatten.
De gegevens uit HALT2Diabetes worden niet geregistreerd in het globaal medisch
dossier (GMD). Gegevens die voor de patiënt pertinent zijn in het kader van zelfmanagement,
worden nog niet digitaal beschikbaar gesteld in het digitaal patiëntendossier.
De gegevens uit initiatieven voor leefstijladvies zoals Bewegen op Verwijzing worden
bij de ziekenfondsen geregistreerd, maar ze worden evenmin ontsloten voor
de patiënt in het digitaal patiëntendossier.
Voor collectieve data over patiënten met diabetes is Healthdata, het platform dat
het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) heeft opgericht, bijzonder
waardevol: het brengt de data samen die vandaag zijn opgenomen in de verschillende
databases rond gezondheid en consolideert ze. Het platform kan in samenwerking
met het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV)
worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Vandaag bevat het al een
relatief uitgebreide dataverzameling van patiëntengegevens met diabetes. Voorts
bestaan er nog andere databronnen. Zo is er Farmanet van het RIZIV, waarin per
voorschrijver gegevens worden verzameld over de terugbetaalde geneesmiddelen
die via de openbare apotheken afgeleverd worden. Aan de hand van die data
kan nagegaan worden hoeveel personen in België hun diabetes medicamenteus
behandelen. Voorts is er nog Intego, een Vlaams netwerk van huisartsen dat in
samenwerking met de KU Leuven sinds 1994 enkele epidemiologische gegevens
verzamelt. Bij die data zitten ook enkele longitudinale gegevens over diabetespatiënten
in een zorgtraject voor diabetes. Die gegevens kunnen inzicht bieden in
de manier waarop de ziekte beïnvloed kan worden door bepaalde medicatie of door
het samen voorkomen van diabetes met andere aandoeningen.
Na een eerdere verplichte registratieronde in 2012 worden huisartsen sinds 1 oktober
2017 opnieuw verplicht om relevante informatie van patiënten die zich momenteel
in een zorgtraject voor diabetes bevinden, te registreren en aan het WIV
te bezorgen. Een vergelijkbare verzameling van gegevens wordt gepland voor
diabetespatiënten die zich in een voortraject bevinden.
Voor diabetici die gevolgd worden in het kader van de diabetesconventie, bestaat
al sinds 2001 een zeer uitgebreide follow-up van relevante data: het Initiatief voor
Kwaliteitsbevordering en Epidemiologie bij Diabetes (IKED). In het kader van IKED
worden om de achttien maanden persoonsgegevens ingezameld. Die inzameling
heeft betrekking op een steekproef die ongeveer 10 procent van de diabetici in de
diabetesconventie omvat.
Daarnaast bestaan er twee vergelijkbare projecten: het IKE-KAD-project, dat gericht
is op diabetes bij kinderen en adolescenten, en het IKED-Voetproject, dat
meer specifiek gericht is op patiënten met een diabetesvoet.
Zowel voor de voortrajecten, de zorgtrajecten als de diabetesconventie is de opname
van gegevens via het globaal medisch dossier verplicht. Bepaalde relevante
informatie over de verschillende zorgsystemen wordt nu dus al consequent bijgehouden.
Dat laat analyse en onderzoek toe.
Niettemin is nog verbetering mogelijk, onder meer op de volgende punten:
– in het kader van patiëntgestuurde zorg en zelfmanagement is er nog onvoldoende
aandacht voor het digitaal ontsluiten van gegevens voor de patiënt. Eigen
individuele data zouden gemakkelijk toegankelijk moeten zijn voor de patiënt;
– personen met een vastgesteld verhoogd risico worden niet systematisch geregistreerd.
De Vlaamse overheid heeft op dit moment plannen om aan de hand
van de FINDRISC-test prediabetes in kaart te brengen. Het is daarbij wenselijk
dat een Vlaamse set aan indicatoren wordt geconsolideerd, waarop de federale
indicatoren zijn afgestemd. Die indicatoren kunnen worden gevolgd, zowel bij
personen met een verhoogd risico op diabetes als bij personen met diabetes.
Daaruit kunnen op lange termijn longitudinale data worden verkregen die met
gewijzigd beleid en beleidskeuzes in verband kunnen worden gebracht. Die data
kunnen enerzijds via beschikbare bronnen zoals het elektronisch medisch dossier
(EMD), en anderzijds steekproefsgewijs verzameld worden;
– ten slotte is het voor een goede follow-up en evaluatie van het diabetesbeleid
bij beleidsmakers, overheidsadministraties, betrokken belangenorganisaties en
de parlementen essentieel dat periodieke, overzichtelijke en transparante onderzoeksrapporten
ter beschikking worden gesteld.

5. Conclusie en voorstellen
De International Diabetes Federation geeft aan dat 6,1 procent van de volwassen
bevolking in België diabetes heeft. Volgens een raming van de IDF zal het aantal
diabetici in België, ten gevolge van onder meer de vergrijzing, met 15 procent zijn
toegenomen in 2045. Diabetes kan onder meer leiden tot een beschadiging van de
hart- en bloedvaten, de nieren, de ogen en het zenuwstelsel. Het duurt soms lang
voor diabetes type 2 gediagnosticeerd wordt: volgens de IDF is 35,8 procent van
de diabetici er niet van op de hoogte dat ze aan diabetes lijden.
De Vlaamse Gemeenschap is binnen haar bevoegdheidsniveau al gestart met het
uitwerken van een preventief beleid voor diabetes. Ze maakt ook werk van een
screening van (pre)diabetes, met ruime aandacht voor leefstijladvies. Ze voorziet
bovendien in leefstijladvies voor een breed publiek met een verhoogd gezondheidsrisico
via Bewegen op Verwijzing: daar kunnen ook prediabetici en diabetici gebruik
van maken. De Vlaamse Gemeenschap zet tot slot in op specifieke, doelgerichte
preventie bij hoogrisicogroepen, zoals vrouwen die aan zwangerschapsdiabetes
leden, door hun follow-up te bieden, met screening en leefstijladvies. Dat preventieve
beleid willen de indieners van deze conceptnota bestendigen en uitbreiden.
Het positieve effect van leefstijladvies, goede preventie en efficiëntere screening zal
echter voornamelijk op het federale niveau tot uiting komen, omdat het curatieve
deel van de gezondheidszorg nu eenmaal tot de federale bevoegdheid behoort. Het
is wenselijk om onderzoek te doen naar de kosten en baten, op Vlaams en op federaal
niveau, van het Vlaamse model voor preventie, screening en leefstijladvies
dat aangeboden wordt aan personen met een verhoogd risico op diabetes en patiënten
bij wie diabetes is gediagnosticeerd. Dat onderzoek willen we op Vlaams niveau en
in samenwerking met de federale overheid laten uitvoeren, bijvoorbeeld door het
Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Goede afstemming van de federale initiatieven op het Vlaamse beleid is cruciaal.
Zo kunnen Vlaamse partnerorganisaties zoals de Diabetes Liga en het Vlaams
Instituut voor een Gezond Leven het best nauw betrokken worden bij de vorming
en ondersteuning van diabeteseducatoren die prediabetici en diabetici adviseren.
Een grondige verankering van een meer lokaal beleid rond diabetes kan worden
gestimuleerd door de behoefte aan goede samenwerking onder zorgverstrekkers
aan te kaarten bij het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn: voor dat instituut ligt
een duidelijke taak weggelegd. Op het niveau van de eerstelijnszorgzones zijn er
mogelijkheden om de afstemming van het Vlaamse en federale beleid verder concreet
vorm te geven.
De Vlaamse overheid maakt plannen om informatie over het aantal personen met
een verhoogd risico op diabetes in kaart te brengen. Op dit moment beschikken
de betrokken overheden nog niet over longitudinale gegevens over personen
met een verhoogd risico op diabetes die deelnemen aan de Vlaamse initiatieven
(HALT2Diabetes, Zoet Zwanger, BOV), en over patiënten met diabetes die deelnemen
aan een van de drie federaal uitgewerkte zorgsystemen (voortraject, zorgtraject,
diabetesconventie). En er zijn evenmin gegevens beschikbaar over personen
die niet aan die initiatieven of zorgsystemen deelnemen. Een consequente
monitoring en periodieke rapportering op basis van een Vlaamse geconsolideerde
set aan indicatoren is evenwel essentieel voor goede beleidsvoering en bijstelling
van het gevoerde beleid. Volgens de indieners van deze conceptnota speelt het
Vlaams Agentschap voor de Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren
in de Zorg (VASGAZ) daarin een belangrijke rol, omdat het een optimale gegevensdeling
tussen het Agentschap, de zorgverleners, de hulpverleners, de voorzieningen
en de dienstenintegratoren kan garanderen.37 De indieners vragen ook dat de
indicatoren op federaal niveau afgestemd zouden zijn op de Vlaamse indicatoren.
De gemeenschappen moeten relevante gegevens uit het globaal medisch dossier
met betrekking tot diabetesscreening, diabetespreventie en de aanpak van (pre)diabetes
kunnen raadplegen. Ook op dat vlak is een rol weggelegd voor het VASGAZ.
In artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het
netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg staat immers: “Het
netwerk heeft tot doel om de samenwerking rond efficiënte en veilige gegevensdeling,
en in het bijzonder het delen van persoonsgegevens, tussen alle actoren
in de zorg onderling te faciliteren met het oog op een continue en kwaliteitsvolle
zorgverstrekking aan zorggebruikers.”. Ook bij het bepalen van de inhoud en de
vorm van de gegevens in het individuele dossier en in het elektronisch deelbaar
dossier heeft VASGAZ een adviserende rol. De invoer en het gebruik van eenduidige
gegevens in het netwerk is immers cruciaal om een continue en kwaliteitsvolle
uitvoering van de zorg te bewerkstelligen. De Vlaamse Regering kan op basis van
advies geformuleerd door VASGAZ nadere regels uitvaardigen.
Tot slot is er in het kader van patiëntgestuurde zorg en zelfmanagement nog onvoldoende
aandacht voor het digitaal ontsluiten van de eigen gezondheidsgegevens
voor de patiënt. De indieners van deze conceptnota vragen daarom specifieke aandacht
te hebben voor het kwaliteitsvol ontsluiten van gegevens betreffende:
– de resultaten van de screening van een verhoogd risico op diabetes;
– deelname aan gezondheidsbevorderende initiatieven zoals Bewegen op
Verwijzing of het krijgen van leefstijladvies;
– consultaties van een diabeteseducator, diëtist of podoloog;
– het gebruik van specifieke medicatie;
– de reden van de beëindiging van een voor- of zorgtraject.
In de toekomst kan ook een journaalfunctie, die de patiënt toelaat eigen notities te
nemen, voor de patiënt een meerwaarde bieden.

Danielle GODDERIS-T’JONCK
Elke SLEURS
Peter PERSYN
Ingeborg DE MEULEMEESTER
Lorin PARYS
Tine VAN DER VLOET

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is